Rotterdam, ouder en wijzer

Rotterdam, ouder en wijzer

Rotterdam wordt ouder maar ook wijzer.  Het aantal ouderen groeit: in 2035 is twintig procent van alle Rotterdammers ouder dan 65 jaar. Ouderen hebben veel kennis en ervaring en de stad wil zeker gebruik maken van al deze wijsheid. Dat betekent dat er faciliteiten moeten komen zodat ouderen zo lang mogelijk zelfstandig kunnen wonen. Rotterdam heeft hiertoe een plan opgezet. Het programma bestaat uit vier pijlers:

  1. Vitaal
    Zo lang mogelijk gezond blijven door gezond eten en bewegen.
  2. Ertoe doen
    Mee blijven doen in de maatschappij en eenzaamheid voorkomen.
  3. Wonen en woonomgeving
    Geschikte huizen voor senioren en een fijne plek om te wonen.
  4. Zorg en ondersteuning
    Speciaal zorg aanbod voor ouderen.

‘De gemeente Rotterdam is al een tijd bezig met het voorkomen en verminderen van eenzaamheid. Er hebben heel wat huisbezoeken plaatsgevonden. ‘Maar we merkten dat de focus vooral lag op kwetsbare burgers en we daardoor een eenzijdig beeld kregen’, zegt Maria Lunardo, projectmanager bij de gemeente Rotterdam. ‘Ook vonden mensen een jaarlijks huisbezoek teveel. Op basis van deze bevindingen zijn we de huisbezoeken om het jaar gaan doen behalve bij mensen die een ingrijpende gebeurtenis hebben meegemaakt zoals het verliezen van een partner. Verder hoorden we dat bewoners meer reuring willen. Al deze ervaringen die we hebben opgedaan vormden input voor het plan Ouder en Wijzer dat is opgesteld.’

Ouderenhubs
Een van de plannen van de gemeente is het inrichten van zes zogenoemde ouderenhubs. Guido de Ruiter  werkt in opdracht van de gemeente als kwartiermaker/procesmanager om, samen met bewoners en de maatschappelijke partners als corporaties, welzijns- en zorgaanbieders en de gemeente (zowel vanuit de afdelingen sociaal als fysiek), de eerste twee ouderenhubs in Rotterdam tot stand te brengen. ‘De inspiratie ligt in de woonzorgzones, later woonservicegebieden genoemd.’ Ouderenhubs zijn centrale plekken in wijken waar voorzieningen op het terrein van wonen, welzijn en zorg op een slimme en laagdrempelige manier georganiseerd worden en samenkomen. Het streven is om wijken te creëren waar ouderen prettig kunnen wonen en actief mee kunnen blijven doen, en elkaar kunnen ontmoeten. Iedere ouderenhub is uniek. Ouderenhubs zijn knooppunten met aandacht voor voldoende geschikte woningen in de buurt, een geclusterde woonvorm, een verpleeghuis met haal- en brengdiensten, ontmoetingsplekken, eerste lijns gezondheidszorg, winkels, Openbaar Vervoer en al het andere wat nodig is.

Kortom, voldoende geschikte woningen en woonvormen, een fysieke plek, een toegankelijke omgeving en een netwerkorganisatie waar alles samen komt om langer thuiswonen integraal te faciliteren.

‘Vraag-en aanbodanalyse is belangrijk. Als er te weinig geschikte woningen zijn in een wijk, dan moeten die er komen. En als er in weer een andere wijk te weinig voorzieningen zijn, dan is het belangrijk dat hier verandering in komt.’ Volgens de Ruiter is duurzame samenwerking tussen bewoners, corporaties, gemeente, zorg en welzijnsorganisaties nodig om het langer thuis in de wijk mogelijk te maken. Het gaat om wonen, woonomgeving, welzijn en zorg. In die volgorde.

Vitale woongemeenschappen
Die ouderenhub is voor Kees Penninx van ActivAge een prachtig knooppunt dat kan helpen om vitale woongemeenschappen te creëren in de wijk maar ook in wooncomplexen.  Samen met bewoners uit tien 55+ wooncomplexen  heeft Penninx de Bruismethode ontwikkeld om woongemeenschappen van ouderen levendig te houden. Vervolgens is de methode toegepast, samen met bewoners en woonconsulent Wilma Rikkers, in een wooncomplex  van de corporatie Laurens Wonen in Ommoord. ‘In dit complex was er weinig cohesie. De gemeenschappelijke ruimte werd amper gebruikt. De bewoners maakten zich zorgen om de toenemende eenzaamheid en de afname van sociale veiligheid. Via de methode zijn de mensen elkaar weer gaan opzoeken, zijn er activiteiten door hen zelf gestart en is er weer een levendige gemeenschap ontstaan. Dat is nodig om eenzaamheid te voorkomen en de mensen zo zelfstandig mogelijk te laten wonen. Dat de aanpak werkt, blijkt ook uit de evaluatie van de methode door de Universiteit van Humanistiek. ‘Je moet wel een gezamenlijke ruimte hebben en een groepje actieve bewoners die de kar kan trekken.’ Wilma: ‘Het is een kwestie van volhouden. Het vuurtje moet aangewakkerd blijven. Hert gaat niet vanzelf.’ Zij kent ook bewoners die nog werken en voor kleinkinderen zorgen dus wat minder tijd hebben om actief te zij in de gemeenschap. Ook ziet zij in complexen huurders komen die begeleiding nodig hebben omdat ze uit de opvang komen bijvoorbeeld. Een goede balans tussen dragende en vragende bewoners is nodig. De komende jaren wil de gemeente zich meer inzetten voor de vitale woongemeenschappen en krijgt de Bruismethode in het plan ook de nodige aandacht.

Lief en leedstraten
Als er iemand veel weet van onderlinge zorg in Rotterdam dan is het Ireen van der Lem wel. Zij is al jaren werkzaam bij Opzoomer Mee. Deze organisatie ondersteunt bewoners die in hun straten activiteiten organiseren.  Inmiddels doen er 1800 straten mee aan de ‘opzoomercampagnes.’ Opzoomer Mee heeft vier Opzoomerclubs: de Voorleesclub, de Lief & Leeddclub, de Schoonmaakbende en de Conversatieclub. Er zijn zo’n 700 ‘lief en leed’ straten,  iedere straat geeft een eigen invulling aan het concept ‘Het werkt het beste bij een schaal vanaf 50 woningen.’ Erna en Helen zijn gangmakers.  ‘We hebben 150 euro in het potje en betalen daar een bloemetje van of een kaartje.’, vertelt Erna die sinds 2000 in een groot complex woont. ‘We letten als buren goed op elkaar.’ Helen woont in een woongroep: ‘je hoort vanzelf wel als er iemand ziek is. Ik werk nog en ga niet de hele tijd kijken of mijn buren nog wel functioneren.’  Zij merkt wel dat het helpt, zo’n initiatief. “Bewoners durven daarna makkelijker om hulp te vragen en aan te bieden. In Lief en Leedstraten staan de bewoners klaar voor elkaar.’ Het Rotterdamse concept is inmiddels overgenomen door de gemeenten Den Haag, Maastricht., Amsterdam, Alblasserdam. Andere gemeenten tonen ook interesse. Opzoomer Mee draagt graag haar kennis en ervaring over.

Thuisgevoel voor iedereen
Siloam, een complex van de Stichting Ouderenhuisvesting Rotterdam, een Rotterdamse corporatie, is een ouderenhub in wording.  SOR, zorgorganisaties Lelie zorgroep en Pameijer en welzijnsorganisatie DOCK en de bewonerscommissie van Siloam werken samen om de bewoners en buurtbewoners te ondersteunen met verschillende activiteiten, zoals cursussen, kaarten en yoga.  Deze activiteiten vinden plaats in de gezamenlijke ontmoetingsruimte ‘De Blaauwe Zalm. De Blaauwe Zalm is het middelpunt van de wijk. Een pracht van een hub! ‘We ondersteunen als SOR daarnaast ook initiatieven van bewoners, zoals die van Alex, een huurder die wandeltochten organiseert’, vertelt Stefan Kusters van  SOR. ‘Daar gaan wij als corporatie best ver in maar wij vinden het belangrijk dat huurders met goede ideeën ruimte krijgen deze uit te voeren als dat ten goede komt aan de leefbaarheid.  SOR kan zich goed vinden in de pijlers van de gemeente Rotterdam omdat deze aansluiten bij hun eigen beleid en visie.   SOR wil een thuisgevoel voor iedereen voor elkaar krijgen. Dat doet  SOR door verschillende maatregelen te nemen. Zo wil SOR de huismeesters, die nu vooral nog technisch georiënteerd zijn, ook meer inzetten voor het sociale werk. ‘We zoeken samen naar de juiste invuling.’ Ook werkt SOR aan uitbreiding van geschikte woonvormen, zoals woongemeenschappen. ‘Mensen hebben behoefte aan veilige woonomgevingen waar onderlinge zorg is.’

Weerbaarheid voor ouderen en bewonershulpverleners
Agnes Cornelissens van de gemeente Rotterdam is al drie jaar druk bezig met het thema veiligheid. Zij organiseert voorlichtingsbijeenkomsten en weerbaarheidstrainingen voor kleine groepen mensen van 65 jaar en ouder. ‘We geven mensen praktische en simpele maar effectieve tips over veiligheid op straat en over babbeltrucs. Samen met de bibliotheek informeren wij mensen ook over de risico’s die er zijn bij het gebruik van internet.’ Klaas van Veen is regionaal coördinator Zelfredzaamheid, in de Veiligheidsregio Rotterdam-Rijnmond ,afdeling Veilig Leven houdt zich specifiek bezig met brandveiligheid.  ‘Een brand die groter is dan een voetbal kun je zelf niet blussen. Dan moet je echt de brandweer hebben.  Het duurt 6 tot 8 minuten voordat de brandweer er is als er brand is. Tot die tijd ben je op jezelf aangewezen.  Ik informeer mensen wat zij in die tijd het beste kunnen doen. En natuurlijk hoe zij brand kunnen voorkomen.’ Hij leidt mensen op tot  bewonershulpverlener. Zij kunnen in complexen waar veel ouderen wonen eerste hulpverlenen aan medebewoners en aanspreekpunt zijn voor professionele hulpdiensten bij een calamiteit. Hij heeft taakkaarten gemaakt en ander informatiemateriaal. Er is veel belangstelling uit andere regio’s voor het project. Klaas wil graag de bekendste Rotterdammer worden dus daar is hij momenteel het meest actief. Rotterdam wil een stad worden waar Rotterdammers gezond en vitaal oud kunnen worden, waar goede zorg en ondersteuning aanwezig is, zo staat in het plan Ouder en Wijzer geschreven. Met deze enthousiaste professionals, vrijwilligers en bewoners en met deze zinvolle activiteiten zou dit toch moeten lukken!


ZorgSaamWonenCongres  

Tijdens het ZorgSaamWonen Congres op 25 november in Theater Zuidplein Rotterdam wordt in sessies en safaris ingezoomed op activiteiten die de stad in het kader van het programma Rotterdam ouder en wijzer heeft ontwikkeld, zoals de ouderenhubs.


permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven