Huisvesting van kwetsbare burgers: gemengd wonen, het kan!

Huisvesting van kwetsbare burgers: gemengd wonen, het kan!

Corporaties en hun samenwerkingspartners hebben hun handen vol aan de huisvesting van kwetsbare burgers. Zij ontwikkelen in toenemende mate woonprojecten waarbij verschillende doelgroepen samen wonen. Hoe zien deze projecten eruit? Hoe geef je de community vorm? Wat zijn succesfactoren?

Auteur: Yvonne Witter

Corporatie Portaal is al geruime tijd bezig met 'gemengd wonen'. In Utrecht heeft Portaal acht verschillende woonprojecten waar verschillende huurders, met en zonder psychische problematiek, samen wonen. Soms in een nieuwbouwcomplex, soms in een leegstaand gebouw, soms zelfs ook in een bestaand complex. Dat vereist zorgvuldigheid van de corporatie en veel gesprekken met de mensen die er al wonen. Het is moeilijk om een geschikte locatie te vinden. Medewerkers van Portaal zoeken naar locaties samen met de gemeente en organisaties voor maatschappelijke opvang.

Place2BU, een centraal gelegen complex in Utrecht waar 80 voormalig daklozen wonen, 40 statushouders en daarnaast nog tientallen jongeren tussen de 23 en 27 jaar, is een mooi voorbeeld van gemengd wonen. De studio’s zijn 21 vierkante meter en de bewoners betalen 455 euro huur. De bewoners dragen een steentje bij aan het reilen en zeilen van het complex en kijken naar elkaar om. In het gemeenschapsgebouw kunnen bewoners en buurtbewoners elkaar ontmoeten.

Goede samenwerking

Het gebouw is er gekomen door samenwerking tussen de gemeente, zorgorganisatie Lister, organisatie voor maatschappelijke opvang De Tussenvoorziening en de corporaties Portaal en Mitros. Een belangrijke succesfactor is de goede samenwerking met andere organisaties. "We hebben een goed functionerend projectteam. We zien elkaar als collega’s, ook al werken we allemaal bij een andere organisatie. We trekken echt samen op", zegt Erik Patist, sociaal beheerder bij Portaal. Hij vertelt dat er vanuit iedere organisatie die meewerkt steeds één of twee vaste medewerkers het aanspreekpunt zijn. "Zo voorkom je te veel wisselingen en te veel verschillende gezichten." Ander belangrijk ingrediënt om deze woonprojecten te laten slagen is goede begeleiding door zorgorganisaties. Guus Haest, oud-medewerker van Portaal die aan de wieg heeft gestaan van vele woonprojecten voor kwetsbare huurders, vindt dat zorgorganisaties deze begeleiding gegarandeerd moeten leveren. "Als een bewoner niet op zijn of haar plek zit, moeten de zorgorganisaties dit oplossen en een andere plek zoeken", aldus Haest. Tijdig signaleren is volgens hem dan ook van belang, net als flexibel inspelen op deze signalen.

Gemeenschap opbouwen

De hamvraag is hoe je bij dergelijke woonprojecten een community opbouwt. Volgens Erik Patist zijn professionals nodig om zo’n gemeenschap op gang te krijgen. En blijven professionals altijd nodig voor het sociale beheer. "Dat kun je niet alleen aan bewoners overlaten." Verder is het van belang om de juiste bewoners te vinden. "Wij zoeken mensen die er bewust voor kiezen. De selectie luistert nauw." Er zijn genoeg mensen die belangstelling hebben, blijkt uit de wachtlijst waar 200 mensen op staan. Uit de motivatiebrieven die de mensen moeten schrijven blijkt dat zij op zoek zijn naar sociaal contact maar ook naar een eigen voordeur. "De potentiële huurders zijn vaak net afgestudeerd en zijn hun studentenhuis zat. Ze willen wel sociaal contact, met de nodige privacy."

Gangmakers

Vroegtijdige signalering van problemen die zich kunnen voordoen is nodig om overlast te voorkomen. "Bewoners, professionals en de buurtbewoners kunnen signalen opvangen. Zo bouw je aan een netwerk." Per gang zijn er twee bewoners die vier uur per week de rol van ‘gangmaker’ vervullen. Zij houden in de gaten hoe het gaat en vormen de ogen en oren van de verdieping. ‘Dragende’ en ‘vragende’ bewoners wonen door elkaar heen. Portaal is bezig met nog meer woonprojecten waar een gemengde doelgroep gaat wonen. Bij een complex waar 30 studenten wonen, is het bijvoorbeeld de bedoeling dat er een mix van bewoners gaat wonen: studenten en mensen uit de maatschappelijke opvang. "Het verloop onder de studenten is hoog dus het is redelijk snel gefikst."

Juist in slechtere wijken

Bijzonder is dat Erik Patist dit soort woonprojecten vooral in slechtere wijken ambieert. "Juist daar!", zegt hij vol overtuiging. "Omdat we daar een sterke structuur willen opbouwen met deze woonprojecten. Je moet verder gaan in je maatregelen dan bij andere projecten en daar profiteert een slechtere wijk alleen maar van." Wat volgens Patist uitmaakt is dat de bewoners die uit de opvang of de psychiatrie komen zich welkom voelen in zo’n complex. De dragende huurders zijn vaak hoog opgeleide jongeren die nog niet zoveel verdienen en dus in aanmerking komen voor de huurwoningen. Hij zou ook graag wat vrijesectorwoningen vrijmaken voor dit soort projecten. Zijn andere droom is dat de vragende huurders ook dragende huurders worden. "Ik begrijp niet waarom er niet veel meer van dergelijke gemengd-wonenprojecten zijn. We kunnen het gewoon doen. We moeten lef hebben en durven. Want het is het absoluut waard. Deze woonprojecten verbeteren de kwaliteit van leven."

permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven